Sssttt…. In de stille Westhoek
Op een heuvelflank, staat een eenzaam huisje met een eik erbij. Het is één van de prachtige plekjes die je voorbij wandelt als je het Stiltepad in Westouter volgt. En ‘stil’, dat is hier niet gelogen - als je het urenlange gebabbel van onze twee reporters niet meetelt tenminste.
- Wandelen
Vijf jaar geleden verscheen er een alarmerend bericht op de website van VRT NWS. Het Stiltepad in Westouter bleek té populair. De route trok zoveel volk dat de toeristische dienst van Heuvelland bezoekers opriep om andere wandelingen te doen, zodat de rust zou terugkeren op het fameuze Stiltepad. Woorden als ‘slachtoffer van eigen succes’ en ‘overrompeling’ werden door de journalist niet geschuwd. Beelden van huilende Heuvellanders die smeekten om alsjeblieft niet meer richting Westouter te trekken, gingen de wereld rond. Dat laatste hebben we verzonnen, maar dat half België toen ontdekte hoe schoon het in de Westhoek is, klopt helemaal. Met dank aan een venijnig virus dat ons bijna twee jaar flink in de greep én binnen de landsgrenzen hield. Vandaag is van die drukte weinig te merken als we op een parking in de gemeente Heuvelland onze wandelschoenen uit de koffer halen. Tijdens het weekend loopt het hier ongetwijfeld nog steeds vol - of dat doen de vele brasseries langs de baan toch vermoeden - maar op een doodgewone vrijdagochtend is het vooral stil. Ideale omstandigheden dus voor een stiltewandeling.
Blik op het buitenland
We starten het Stiltepad niet op het officiële startpunt in Westouter, maar in Heuvelland, waar we meteen bergaf wandelen over een hobbelig paadje tussen de bomen. Door de takken en bladeren onthult zich al een stukje van de Douvevallei, met haar glooiende weilanden en knotbomen. De dikste knotwilg van Vlaanderen zou hier staan, lezen we op een infobord. Een kwartiertje later zijn we ver genoeg gestegen om van een prachtig uitzicht te genieten - en dat zal niet de laatste keer zijn. De weidsheid maakt ons stil. Beneden stroomt de Douvebeek, die voor een stukje de grens vormt tussen België en Frankrijk. Want zo ver - of dat is het toch voor dagjesmensen uit Antwerpen - zitten we dus. Onze voeten in de modder op Belgische grond, onze blik op het buitenland. In de verte zien we Bailleul liggen, ook wel ‘Belle’ genoemd, de Franse stad met belfort en klokkentoren van waaruit je ook een prachtig zicht hebt op de Vlaamse heuvels.
De bergen in… van Heuvelland
We stijgen en dalen, en steken een kabbelend beekje over. Onderweg kruisen we twee houten hangmatten, kletsnat en vol bladeren, in de schaduw van enkele bomen. Het is een mijmerplek waar je even tot stilstand kan komen, in elke betekenis van het woord. Over de hele route van het Stiltepad kom je er verschillende tegen. In de houten bankjes, ligzetels en hangmatten staan haiku’s gegraveerd van dichter Geert De Kockere. Op vraag van Piet Hardeman, medestichter van Grote Routepaden in Vlaanderen en ontwerper van het Stiltepad, schreef hij deze kleine gedichtjes. ‘Het is intussen een jaar of vijf geleden dat ik de opdracht kreeg, maar ik vond het heerlijk om te doen’, zegt Geert De Kockere als we hem voor de start van onze tocht opbellen. ‘Ik schrijf al heel lang haiku’s. Haiku is geen poëzie van de emoties, maar van de zintuigen. Alles wat je hoort, ziet, ruikt of proeft is van belang om deze vorm van poëzie te kunnen bedrijven. De natuur is dan ook een grote én gemakkelijke inspiratiebron.’ Geert woont al jaren in de Kempen, maar werd geboren en groeide op in West-Vlaanderen. Hij was enkele jaren ‘Bergdichter van het Heuvelland.’ Jawel: bergdichter. De naam van de streek waardoor we lopen, doet anders vermoeden, maar zeg niet zomaar heuvels tegen de bergen van Heuvelland. ‘Dan krijg je boze blikken’, lacht Geert. ‘Technisch gezien klopt het wel. Een heuvel is een soort verhoging van het landschap, terwijl een berg ijzersteen bevat. In de bergen van Heuvelland - zoals de Rodeberg, Sulferberg en Zwarteberg - zit wel degelijk gesteente.’
Luisteren naar de vogels
We zetten onze bergwandeling verder onder een stralende zon. Het weer is altijd een gokje, maar we hebben goed ingezet dit keer. De vergezichten zijn schitterend. We bewandelen dan wel een Stiltepad, muisstil blijven is moeilijk. We zeggen wel een stuk of tien keer hoe mooi het hier wel is - en nog een heleboel andere dingen. Dat is helemaal prima, vindt Geert de Kockere. ‘Als ik iets moois zie in het landschap, wil ik dat liefst delen en daarover vertellen’, zegt hij. ‘Daarom hou ik niet zo van geforceerde stiltewandelingen waarbij je niets mag zeggen. Ik trek ‘stilte’ liever open naar ‘leegte’. Uitgestrekte, lege landschappen roepen vanzelf een soort stilte op in je hoofd, ook al is het buiten niet helemaal stil. Voor mij is stilte niet zozeer het ontbreken van geluid. Als je ergens buiten in een veld of bos naar de vogels luistert, is het niet stil, maar krijg je wel een gevoel van stilte. Daar gaat het om.’
Caravans in de zon
Als je echt in stilte wil wandelen, ga je beter alleen, raadt Geert aan. Vertrek al zeker niet met één van je beste vrienden, zeggen wij. Stappen en zwijgen is lastig voor ons. Het gevóel van stilte waar Geert over spreekt, dat ervaren we gelukkig volledig. Waar we ook stappen, we horen amper storende geluiden. Geen geraas van doorgaand verkeer kilometers verderop, geen snelwegen in de dichte omgeving. We kruisen amper één of twee grote wegen, waarover geen enkele auto rijdt, en begrijpen waarom in dit verre stukje Vlaanderen een Stiltepad ligt. We maken ook meteen plannen om eens naar De Nachtegaal te komen, de minicamping boven op de Rodeberg waar de route langs loopt. De retro caravans waarin je hier kan overnachten, staan te blinken in de zon. Wie hier kampeert, krijgt er gratis en voor niks een geweldig uitzicht over het Heuvelland bij. De grote serre op het terrein - met zitplek, pelletkachel, veldkeuken en spelletjes - lijkt ons nu al de ideale plek voor een uurtje lezen terwijl het buiten regent. In de bijhorende brasserie aan de straatkant willen we dan weer absoluut een pannenkoek gaan eten - maar dat is voor straks.
Langs het hellegat
Eerst nog wat bergen beklimmen! En bossen doorkruisen. Het Hellegatbos, op de heuvelflank van de Rodeberg, klinkt duister, maar blijkt vooral bekend om haar speelzones. De naam ‘Hellegat’ verwijst naar een diepe kloof onderaan de heuvelflank, lezen we: het gat onderaan de heuvel of ‘de helle’ in het West-Vlaams. Helaas voor ons dalen we niet echt diep af in ‘de helle’. We snijden ongewild een stukje van de route af - hebben wel al gezegd dat we elke tocht minstens één keer verkeerd lopen? - waardoor we het Hellegatbos maar heel kort aanraken. We zoeken opnieuw aansluiting en zetten onze weg verder richting de Sulferberg. Onderweg genieten we van een schilderachtig tafereel van okerkleurige bomen, groene weilanden en bruine akkers onder een staalblauwe lucht. Twee mountainbikers razen de helling af en vliegen een kiezelpad op. Heuvelland telt verschillende mountainbikeroutes - geen verrassing voor een streek met echte bergen.
Van blauw naar grijs
Elk seizoen fluistert op zijn manier over wat tussen bomen leeft. Deze haiku lezen we op een hangmat op de Sulferberg, waar we pauzeren met boterhammen, kaas en een hardgekookt eitje. Het zonlicht valt wondermooi door de halfkale bomen op de met bladeren bedekte grond. We luisteren naar de stilte die op veel andere plekken in Vlaanderen helaas een zeldzaamheid is geworden. Als we terug vertrekken uit het Brandersbos, zoals het bos op de Sulferberg heet, zien we de eerste grote wolken vanuit Frankrijk het land binnen drijven. Het moment dat we Westouter bereiken - na weer een fraai stukje langs velden, poelen en weidse panorama’s - is de lucht meer grijs dan blauw. Ons plan om in Westouter te stoppen voor een warme koffie laten we varen: de kans op regen is groot en we hebben nog wat kilometers te gaan. De bergen van Heuvelland maken plaats voor vlakker terrein, met boerderijen, landweggetjes met stapels suikerbieten, en akkers vol paarse bloemen. Een korte zoektocht online doet ons vermoeden dat het om facelia gaat: een eenjarig plantje dat landbouwers inzaaien als groenbemester om de bodem te verbeteren. Het zorgt alleszins voor het vijfendertigste - we zijn de tel kwijt - mooie zicht van de dag.
Haiku voor Piet
Hoor, iedere boom die hier elk jaar weer ontluikt, fluistert nu zijn naam. Deze woorden van Geert De Kockere lezen we op de rugleuning van een houten zitbank met zicht op de Broekelzen, een natuurgebied op de flank van de Vidaigneberg. De haiku is een eerbetoon aan Piet Hardeman, de man achter het Stiltepad die in 2023 onverwacht overleed en hier een herdenkingsplekje kreeg. We hadden nooit eerder van Piet gehoord, maar leren hem op deze tocht een beetje kennen, als een trotse streekbewoner met een hart voor de natuur, voor mensen én voor wandelen. Een vlonderpad leidt ons verder door de Broekelzen. Geen overbodige luxe, want de bodem is op sommige plekken bijzonder drassig. De droge stukken in Broekelzen kleuren in het voorjaar paars door de wilde hyacinten die er groeien. We hebben er weer een reden bij - naast camping De Nachtegaal - om terug te keren.
Nostalgie op de kabelbaan
Met schoenen vol modder - het vlonderpad bleef niet eeuwig duren - bereiken we weer de bewoonde wereld, of zo voelt het toch als we onze voeten op het asfalt van de Rodebergstraat neerzetten. Er staat nog één ding op onze planning: een bezoek aan kabelbaan Cordoba. Want wie ‘bergen’ zegt, zegt ‘kabelbaan’, zelfs als die bergen niet veel hoger zijn dan de hoogste kerktoren van Vlaanderen. De kabelbaan werd in 1957 gebouwd door Oostenrijkse Alpenspecialisten om de Vidaigneberg en de Baneberg met elkaar te verbinden. ‘Ze was vooral bedoeld om Franse toeristen over de grens te lokken’, vertelt Stef Gheysens terwijl hij speciaal voor ons - de kabelbaan is eigenlijk vandaag niet open - de lift in werking zet. Zijn ouders namen in 1968 Cordoba over, vandaag baten Stef en zijn vrouw Julie de télésiege uit. Vader Johan, intussen 75, helpt nog regelmatig een handje. ‘De laatste tien jaar hebben ook Vlamingen de kabelbaan ontdekt’, zegt Stef. ‘In de televisieserie Eigen kweek, die volledig opgenomen werd in Heuvelland, kwam Cordoba uitgebreid in beeld. Sindsdien staan hier nog wekelijks toeristen die in de voetsporen van de familie Welvaert de streek aan het verkennen zijn.’ Met lichtjes knikkende knieën springen we in één van de open stoeltjes van de kabelbaan. Een halve minuut later hangen onze benen te bengelen boven de wijngaarden van wijndomein Entre-Deux-Monts. Bij helder weer kan je vanuit je stoeltje de Vlaamse kust of Ijzertoren zien. Zoveel geluk hebben we niet, maar zelfs bij grijs weer en een gure wind is de kabelbaan een hele ervaring. Vervuld van nostalgie - hoe eenvoudig kan toeristisch plezier zijn - duiken we nadien de Nachtegaal in, waar we de beste pannenkoek naar binnen spelen. Buiten vallen de eerste regendruppels. Het leven is goed in de Westhoek - en stil, zelfs als je onderweg eindeloos aan de babbel blijft.
Wat je moet weten over het Stiltepad
- Het Stiltepad is een luswandeling, dus je kan kiezen waar je start. Gratis parking vind je op de Neerplaats in Westouter. Ook langs de Rodebergstraat en Bellestraat in Heuvelland kan je parkeren.
- De wandeling volgt grotendeels de knooppunten van het wandelnetwerk Heuvelland. Ze is 12,9 km lang, maar je kan ze ook inkorten tot 6,8 of 9,8 km. De route loopt hoofdzakelijk via onverharde wegen en is niet geschikt voor rolstoelen en kinderwagens. Stevige wandelschoenen zijn aangeraden.
- Een wandelkaart van het Stiltepad met extra tips is voor 2 euro verkrijgbaar bij bezoekerscentrum ‘Het Heuvelland’ (Sint-Laurentiusplein 1 in Kemmel), in café De Zwaan (Poperingestraat 6 in Westouter), buurtwinkel Frescana (Sulferbergstraat 16 in Westouter) of via de webshop van Toerisme Heuvelland.